Algemene informatie

-Een kat erbij nemen

-Waarom zal ik mijn kat laten chippen?

-Hoe verloopt de zwangerschap van een poes?

-Hoe oud moet een kitten zijn?

-Mijn kat eet textiel , wat kan ik hieraan doen?

-Mijn kat is krols en nu?

-Een nestje, ja of nee?

-Hoe krijg ik bij mijn kat een pil naarbinnen?

-Plas opvangen bij een kat.

-Kat sproeit

-Hoe zorg ik ervoor dat de kat in mijn tuin blijft?

-Mijn kat niet meer thuisgekomen, wat kan ik ondernemen?

Terug



Een kat erbij nemen


De introductie van een nieuwe huisgenoot bij al aanwezige kat(ten) is altijd spannend. Jong of oud, poes of kater, maakt niet zo veel uit. Hoe de kat(ten) die er al zijn zullen reageren, hangt af van hun karakter. Uiteindelijk zullen de katten elkaar bijna altijd accepteren. Sommigen worden de dikste vrienden, sommigen komen tot een soort permanente wapenstilstand.

U kunt de nieuweling op verschillende manieren introduceren: ineens of langzaamaan. Het hangt zoals gezegd een beetje af van de reactie van de aanwezige katten. Het is aan te raden om de aanwezige katten eerst even op te sluiten, zodat de nieuweling rustig kan wennen aan de nieuwe omgeving. In die tijd kunt u vast het reismandje van de nieuweling bij de opgesloten katten zetten, zodat ze de geur van de nieuweling leren kennen. Als de nieuwe op z'n gemak is (en schuilplekjes heeft ontdekt), kunt u de aanwezige katten loslaten en kijken hoe het gaat.

De aanwezige katten zullen vrijwel altijd in eerste instantie agressief reageren. Er is in hun ogen een indringer die weggejaagd moet worden. Dat betekent geblaas, gegrom, gemep, en (in uitzonderlijke gevallen) gevechten. Zolang er niet letterlijk gevochten wordt, kunt u ze het beste maar laten gaan. Niet mee bemoeien en niet ingrijpen. De katten communiceren met elkaar en begrijpen elkaar. Wanneer u ingrijpt verstoort u de boodschap die wordt gegeven, waardoor de katten in verwarring raken en extra bang of agressief kunnen worden. Vooral bij een kitten lijkt dat erg zielig, maar de rangorde moet bepaald worden en dat gaat meestal gepaard met veel geluid en af en toe een mep.

In de meeste gevallen duurt het geruzie een paar dagen, maar het kan ook weken of zelfs maanden duren voordat de nieuweling geaccepteerd wordt. Geduld is een schone zaak.

Wanneer er echt gevochten wordt, kunt u de katten het beste apart houden, maar wel zodanig dat ze elkaar kunnen zien en ruiken. U kunt bijvoorbeeld een hordeur plaatsen of de nieuweling in een bench (dat is een grote kooi) installeren. Benches zijn te huur bij asiels.

Geur is heel belangrijk. Aai met een doek om en om de nieuwe en oude katten, zodat ze hetzelfde gaan ruiken. Een paar druppels Valeriaan (wat katten heel lekker vinden ruiken, te koop bij de drogist) op de vachten kan ook helpen. Bij de dierenarts is Felifriend verkrijgbaar, een voor katten vertrouwd luchtje. Dit spuit u op de handen en daarna aait u beide katten.

Jaloezie kan ook een reden zijn voor agressiviteit. Zeker als de aanwezige kat eerst het rijk alleen had. Zorg dat er steeds voldoende voer (droge brokjes) beschikbaar is, koop een nieuw mandje/dekentje voor de nieuweling en een extra kattenbak. Geef de aanwezige kat zo min mogelijk redenen om territoriaal gedrag te gaan vertonen. Verdeel uw aandacht goed over de nieuwe en aanwezige kat. Wanneer de aanwezige kat zich agressief gedraagt, geen aandacht geven maar juist negeren.

Het is ook heel belangrijk om alle katten de eerste weken binnen te houden. Zowel de aanwezige katten als de nieuwe kat kunnen de benen nemen omdat ze het in huis te 'druk' vinden.


Waarom zal ik mijn kat laten chippen?


Eigenaren van weggelopen dieren kunnen door een nieuw Europees registratiesysteem via internet snel worden opgespoord. Om deel te nemen moet het dier wel een onderhuids geplaatste chip bij zich dragen. Als een gevonden huisdier bij een dierenartspraktijk, dierenambulance of -asiel wordt gebracht, kunnen medewerkers het identificatienummer in de chip aflezen. Door dit nummer op de website van de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren in te toetsen, worden de gegevens van dier en eigenaar zichtbaar. De databank van elektronisch geïdentificeerde huisdieren is ook aangesloten bij het registratiesysteem van het European Pet Network. Zo kunnen ook de baasjes van dieren die over de grens zijn kwijtgeraakt snel worden teruggevonden. Het systeem is opgericht door onder meer de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde. Deelnemers betalen dierenartsen om de chip met een injectienaald in te brengen. Daarna kunnen zij kosteloos van het systeem gebruikmaken.
Laat uw huisdier chippen door de dierenarts. De dierenarts rekent gemiddeld fl. 60,00 voor het inbrengen en registreren van de chip.


Hoe verloopt de zwangerschap van een poes?

De 1ste dag
* De poes wordt gedekt. Tijdens de dekking pakt de kater haar met zijn
tanden beet in haar nekvel. Deze prikkel, tezamen met de prikkel die de met weerhaakjes bezette penis bij het uitreden geeft, brengt zenuwsignalen in beweging naar de hypofyse in de hersenen waardoor de ovulatie (eisprong) een dag of twee na de dekking plaatsvindt.
* Drie of vier dagen kunnen dekkingen plaatsvinden.
* Omdat de ovulatie ná de dekking plaatsvindt, is het goed mogelijk
dat een poes die door meer dan één kater gedekt is, een nestje werpt van meerdere vaders.
De 2de - 3de dag
* Ovulatie (het vrijkomen van de bevruchtbare eitjes uit de
eierstokken naar de baarmoeder).
* De zaadcellen bereiken de eicellen, de bevruchting vindt plaats.
De 4de - 6de dag
* De bevruchte eitjes zetten hun weg voort naar de baarmoeder.
* Tijdens deze weg beginnen de embryo's zich te vormen.
De 12de - 14de dag
* De embryo's nestelen zich nu in de baarmoeder; het grootste gevaar
voor een miskraam door stress is nu geweken.
De 12de - 26ste dag
* Tijdens de volgende twee weken zullen de belangrijkste organen zich
ontwikkelen.
De 15de - 22ste dag
* De tepels van de kattin worden roze en zetten al een beetje op.
* De beharing rond de tepels wordt langzaam dunner.
De 21ste - 28ste dag
* De poes kan nu last hebben van ochtendmisselijkheid door de
hormonale veranderingen in haar lichaam en de vergroting van haar baarmoeder.
* De poes zal nu ook vermoeider lijken en zal minder spelen met de
andere katten.
* Nu mag je de poes al meerdere malen per dag met kleine extra hapjes
verwennen om de vermoeidheid tegen te gaan.
* Als de poes veel last heeft van het vergroten van de baarmoeder kan
de dierenarts extra vitaminen voorschrijven.
De 26ste - 30ste dag
* Een ervaren persoon (een fokker of dierenarts) kan voorzichtig
voelen of middels een echo vaststellen of de poes werkelijk zwanger is.
* Het is nu de beste tijd om dit te doen omdat de embryo's nu nog maar
zo groot zijn als een walnoot en daarom gemakkelijker te tellen.
De 29ste dag
* Je kan nu de voeding van de poes langzaam veranderen naar een meer
voedzamere soort zoals bijv. kittenvoeding, maar verander niet van merk voeding.
* Overvoed de moederpoes ook niet, want dit kan moeilijkheden geven
bij de bevalling.
* De foetussen zijn nu ongeveer 25 tot 30 mm groot. En volledig
ontwikkeld als miniatuur katjes.
De 35ste dag
* Het vrouwtje haar buik wordt nu opmerkelijk dikker.
De 45ste dag
* Het is heel gemakkelijk om nu de kittens te voelen, maar tellen is
al veel moeilijker.
De 50ste dag
* Het vrouwtje kan nu haar eetlust verliezen, haar baarmoeder is nu
erg groot en gevuld met kittens. Het is nu beter kleine hoeveelheden eten te geven, meerdere malen per dag
* Het vrouwtje kan nu moeilijkheden krijgen met zich te wassen, je zal
haar moeten helpen om de tepels en het achterwerk proper te houden. Was de poes met lauw water en een zachte doek.
* Je kan nu gemakkelijk de eerste bewegingen van de kittens voelen in
de buik.
De 61ste dag
* Melk kan nu uit de tepels beginnen te vloeien.
De 62ste dag
* De temperatuur van het vrouwtje kan nu beginnen te veranderen en ze
zal een plaats zoeken om rustig te bevallen.
De 65ste dag
* De bevalling zal waarschijnlijk vandaag plaats vinden.
* Het vrouwtje haar temperatuur zal dalen van 38.5 naar 37.5°.
* Voor de bevalling verliest de poes enkele plassen helder bloed.
De juiste bevallingsdatum uitrekenen is natuurlijk heel moeilijk. Het vrouwtje kan bevallen vanaf de 59ste dag tot de 70ste dag. Heeft ze na de 65ste dag nog niet geworpen, neem dan contact op met de dierenarts.


Hoe oud moet een kitten zijn?

Raskatten of huiskatten, de beste leeftijd is 12 weken. Kittens leren zindelijk zijn en zelfstandig eten als ze ongeveer 4 weken oud zijn. Theoretisch gezien zouden ze dan de deur al uit kunnen, maar die katjes weten nog niet wat het is om kat te zijn. Zeker die laatste weken leren ze nog heel veel dingen van de moeder. Ook hebben ze geestelijk de moeder nog zo nodig. Ze kunnen gedragsstoornissen e.d. krijgen als ze te vroeg bij mama weggehaald worden. Men kan het best wel treffen hoor, dat het goed gaat. Maar het komt ieder jaar weer voor dat kittens zienderogen achteruit gaan als ze te jong het nest verlaten. Daarbij is het ook voor de moeder belangrijk om de kittens niet te snel bij haar weg te halen. Zo kan zij de opvoeding goed afronden. Ook dienen kittens geënt worden met 8 weken. Ze kunnen dan geen weerstand meer ontvangen van moeder. Met 6 weken enten wordt niet aangeraden. De tweede enting vindt plaats als ze 12 weken zijn. In het geval dat er geen moeder is, is minimaal 8 à 9 weken aan te raden omdat ze in die periode hun broertjes en zusjes nog hebben. Waarom dus die paar laatste weken niet wachten. Die periode is heel belangrijk en wat is het op een kattenleeftijd. Daarna kan je misschien wel 20 jaar van hem/haar genieten.

Kittens zijn een hele verantwoordelijkheid. Dus zorg er heel goed voor en laat ze langer dan 6 weken bij de moeder.


Mijn kat eet textiel , wat kan ik hieraan doen?

Wol eten
Men kan wel zeggen dat dit een van de meest bizarre gedragsproblemen in de kattenwereld is, en men begrijpt nog niet helemaal wat het te betekenen heeft. Het werd voor het eerst in de jaren vijftig gerapporteerd en destijds dacht men dat het beperkt bleef tot bepaalde Siamese soorten. Onderzoek door kattengedragstherapeute Peter Neville, samen met John Bradshaw van de Universiteit van Southampton, heeft echter aangetoond dat het probleem veel wijder verspreid is. Bij hun onderzoek bleek dat dit gedrag niet alleen bij Siamese en Birmaanse katten voorkomt, maar ook zo nu en dan bij andere oosterse soorten. Ook kruisingen vertoonden dit gedrag, zij het zelden. Hoewel sommige katten van gemend ras die bij het onderzoek waren betrokken zekere oosterse genetische invloeden hadden, waren de andere blijkbaar van het vuilnisbakkenras. De poezen en de katers toonden dit vreemde eetgedrag in gelijke mate, en wanneer de katten gecastreerd of gesteriliseerd waren, scheen het weinig effect op dit eetgedrag te hebben. Het merendeel van de geobserveerde katten begon tussen de twee en acht maanden met het eten van wol. Een van de interessantste bevindingen was dat het merendeel van de katten begint met het eten van wol, maar dat slechts weinig katten zich tot dit materiaal beperken. Ze gaan van alles eten, katoen en synthetische stoffen. Daarom is stof eten eigenlijk een betere benaming voor dit fascinerende gedrag. Sommige van deze katten eten iedere dag wat, bij andere komt het sporadischer voor. De kleding van de eigenaar lijkt het lekkerste hapje te zijn, van wollen truien tot ondergoed, en als ze kort geleden gedragen zijn, schijnt dat een extra aantrekkingskracht te hebben. In de meeste gevallen blijft de schade echter niet tot kleding beperkt, maar gaan ook handdoeken, theedoeken en zelfs bekleding van het meubilair deel uitmaken van het dagelijkse menu. Vaak is de hoeveelheid van het materiaal die wordt verorberd bijna niet te geloven, en vreemd genoeg passeert het blijkbaar zonder enige schade te veroorzaken het spijsverteringskanaal. Zo nu en dan wordt het echter toch in de maag of in de ingewanden samengeperst en ontstaat een totale of gedeeltelijke obstructie die chirurgisch moet worden verwijderd. Helaas is voor sommige katten het gevolg van de beschadiging aan de ingewanden zó ernstig, dat alleen nog euthanasie rest. Maar de meeste katten gaan rustig door met wol en ander materiaal eten en leiden een lang en gezond leven. De werkelijke oorzaak van dit fascinerende eetgedrag is nog niet bekend, maar het lijkt niet het resultaat te zijn van een tekort aan een bepaald voedingsmiddel. Men heeft een reeks van mogelijke oorzaken onderzocht en men denkt dat het neuronale stoornissen van het onwillekeurige of autonome zenuwstelsel betreft die de controle van het verteringsstelsel beïnvloeden en ongebruikelijke eetlust opwekken. Hoe dit precies gebeurt, is echter nog verre van duidelijk. Het gedrag lijkt tot op zekere hoogte ook erfelijk te zijn. Hoewel er zeker een genetische bijdrage is, wordt de echte prikkel voor het gedrag toch waarschijnlijk door de omgeving veroorzaakt. Het kan zijn dat een bepaalde vorm van spanning sommige katten ertoe brengt wol te eten. Bij het onderzoek van Neville en Bradshaw bleek een aanzienlijk aantal katten dit gedrag binnen een maand na plaatsing in een nieuwe omgeving te vertonen. Men denkt dat de overplaatsing naar een nieuw huis een van de meest voorkomende omgevingsprikkels voor wol eten is, maar ook de introductie van een andere kat, een onverwachte scheiding van de eigenaar of een periode van ziekte kunnen een omgevingsprikkel zijn. Sommige katten schijnen wanneer ze ongeveer twee jaar zijn over het gedrag heen te groeien. Het kan zijn dat ze geleidelijk hebben geleerd met de spanning die de oorspronkelijke prikkel opriep, om te gaan. Daar staat tegenover dat andere doorgaan zich door elk rondslingerend materiaal heen te eten, en dat vaak heel openlijk doen. Als een kat eenmaal is begonnen een smakelijk stukje trui of ander aantrekkelijk kledingstuk te proeven, raakt hij vaak in een soort trance en houdt hij daar door het geschreeuw van de boze eigenaar niet mee op. Zelfs waar het gedrag door een straal uit een plantenspuit kan worden onderbroken, keert de kat direct daarna weer tot zijn "maaltje" terug of brengt het voorwerp naar een rustiger plekje en gaat daar verder met eten. Een mogelijke verklaring voor dit bizarre gedrag kan zijn dat wol eten en sabbelen verlening van kinderlijk gedrag is van dieren die niet tot volwassenheid zijn gekomen. Het is waar dat een deel van de materiaal etende katten een hoge mate van kinderlijk gedrag bij hun eigenaren vertoont in de vorm van kneden, sabbelen en kwijlen wanneer ze geknuffeld worden. Sommige zijn ook bijzonder afhankelijk en hebben de neiging hun eigenaar door het hele huis te volgen. De behandeling van deze katten bestaat uit ze aanmoedigen onafhankelijker te worden en volwassener in hun benadering van het leven. De interactie met de eigenaar moet worden verminderd door korter aandacht aan de kat te schenken en dan alleen nog op initiatief van de eigenaar. Het feit dat materiaal eten meer voorkomt bij binnenkatten, wijst erop dat het vergroten van prikkels en activiteit nut kan hebben. Het zou ideaal zijn indien de kat toegang tot het grote buitengebeuren kreeg om de belangrijkheid van de eigenaar te verminderen en de kans op het tegenkomen en onderzoeken van nieuwe prikkels te vergroten. Voorkomen dat er voorwerpen van wol of ander "eetbaar" materiaal beschikbaar zijn, is niet altijd gemakkelijk, maar het helpt zeker bij de behandeling van een kat met dit probleem. Soms leidt een paar weken onthouding zelfs tot genezing. Helaas is de behandeling niet altijd zo eenvoudig en moet er een andere tactiek worden gevolgd. Pogingen om de kat midden in zijn maaltje te storen met een plantenspuit of een ander schrikaanjagend middel, kunnen succes hebben, maar er is altijd het gevaar dat de kat voortaan in afzondering wol eet en het probleem daardoor nog lastiger te behandelen wordt. Een effectieve methode is het materiaal zelf tot negatieve prikkel te maken door stukjes stof met een vies smaakje te geven en met opzet te laten rondslingeren. In het algemeen hebben de gebruikelijk onprettig smakende dingen als peper, kerriepoeder en mosterd in deze situatie weinig uitwerking en is het beter aromatische luchtjes als eucalyptusolie of menthololie te gebruiken. Mits hiervoor een geschikte smaak wordt gebruikt, kan dit een wonderbaarlijke hervormende uitwerking op de kat hebben en zal hij nooit meer proberen stof te eten. Ondanks het feit dat wol eten niet komt door een gebrek aan voedingsstoffen en de katten die dit gedrag vertonen een volkomen normale eetlust hebben, kan manipulatie van het voedsel toch een nuttig deel van de behandeling zijn. Het vezelgehalte van het voedsel opvoeren door ook bakjes met droogvoer te geven, kan de kat aanmoedigen een alternatieve voedselbron voor wol te accepteren. Soms kan de kat genezen door hem gewoon ongelimiteerd te voorzien van droogvoer. Deze toegevoegde vezels kunnen het menu voldoende "opdikken" om een comfortabel vol gevoel te geven, zodat de kat niet langer de noodzaak voelt zijn dieet aan te vullen met wol. Is dat het geval, dan kan hetzelfde resultaat worden bereikt door aan het gebruikelijke voer vezelen toe te voegen. Maar de meeste katten accepteren dat slechts tot een bepaald punt en vanuit het kattenstandpunt kan het een aanvaardbaarder alternatief zijn dat u stukjes fijngemalen stof in zijn voerbakje bij het eten doet. Sommige eigenaren hebben er voor gekozen hun kat op etenstijd een beetje goedkope stof te geven en hebben gemerkt dat de kat afwisselend hapjes stof en hapjes kattenvoer neemt. De laatste twee oplossingen lijken toe te geven aan het gedrag, maar indien het succes heeft en de kat ophoudt met dure kleding en meubelstoffering te eten, is het een uitvoerbare behandeling. Een andere behandeling is het verschaffen van taaie stukken vlees en grote, met resten vlees bedekte botten. De basis voor deze observatie is dat wol eten een uiting van prooi-vanggedrag schijnt te zijn, en een uitlaatklep voor de energie die van nature is gericht op het prepareren van levende prooi voor consumptie. Het feit dat wij onze katten voeden met makkelijk verteerbaar en hapklaar voedsel betekent dat ze niet langer hun tanden en kaken hoeven in te spannen zoals de bedoeling van de natuur was. Het is interessant op te merken dat een belangrijk percentage wol etende katten niet of heel weinig naar buiten kan en dus niet de kans krijgt om natuurlijk jachtgedrag te uiten. Door ze te dwingen meer tijd te besteden aan het kauwen van vezelig vlees en stukjes vlees van het bot te trekken, wordt de tijd die aan normaal eetgedrag wordt besteed vergroot en kan de wens om als aanvulling op het menu materiaal te verorberen verminderen en zelfs worden weggenomen.
(Bron: "Wat bezielt mijn kat" door Sarah Heath)


Mijn kat is krols en nu?

Symptomen van krolsheid:
* ongewoon aanhankelijk gedrag
* voortdurend luid miauwen
* poes rolt heen en weer over de grond; ze steekt haar achterste
omhoog en trappelt met haar achtervoeten
* ze wrijft vaak tegen mensen, oppervlakken en zelfs andere dieren
* ze verdwijnt als ze naar buiten mag
* ze plast vaker om haar geur aan katers in de buurt kenbaar te maken
Een poes kan al met 6 maanden krols worden. Dit is o.a. afhankelijk van het seizoen waarin ze geboren is. Poezen worden meestal in het voorjaar seksueel volwassen. Een kitten geboren in het najaar zal waarschijnlijk op jongere leeftijd voor het eerst krols worden dan een kitten dat eerder in het jaar geboren is. Ook het ras van de poes heeft hier invloed op. Zo kunnen oosterse rassen zoals Siamezen en Burmezen al met 5 maanden seksueel volwassen zijn. Langharige rassen, zoals Perzen, worden dit meestal op latere leeftijd, soms zijn ze al 12 maanden of ouder. Poezen die buiten zwerven, zullen gedurende de wintermaanden niet seksueel actief zijn. Huiskatten die grotendeels of geheel binnenshuis leven, kunnen ook in de wintermaanden krols worden, vanwege de aangename temperatuur in huis en het kunstlicht. De poes heeft een cyclus van twee tot drie weken. Slechts een korte periode van deze cyclus zijn ze seksueel actief. Deze periode wordt de krolsheid genoemd. Wordt een poes niet gedekt dan zullen de periodes van krolsheid elkaar steeds sneller opvolgen, totdat het lijkt alsof ze voortdurend krols is. Wanneer de poes naar vrij buiten kan, zal haar krolsheid als een magneet werken op katers die niet gecastreerd zijn en zal zij gedekt worden. Veelal keert de poes pas na een paar dagen weer terug, als haar krolsheid voorbij is. Voor een poes jonger dan één jaar is het absoluut onverantwoord om jongen te krijgen. Anticonceptie is dus zeker in zo'n geval van het grootste belang!


Een nestje, ja of nee?

Een nestje is niet alleen erg leuk en schattig, het is ook een grote verantwoordelijkheid. Het is niet zo dat uw poes alles zelf doet en dat het met een kat maar simpel is. Nee, er komt net zoveel bij kijken als bij een nestje pups van een hond.
Stel uzelf eerst de volgende vragen.
Kent u mensen waar de kittens terecht kunnen als ze groot zijn, waar u zeker weet dat de kat gelukkig oud mag worden? Besef dat een kat 6, 7 tot 8 kittens in één keer kan baren.
Bent u bereid vakantie te nemen tijdens de bevalling? Want u moet erbij zijn als het zover is. Wil u het leven van uw kat en haar kittens niet op het spel zetten dan moet u actief helpen tijdens de bevalling.
Wilt u 12 weken voor de kittens zorgen? Besef dat er meer bij komt kijken dan schattige kittens. Ze worden groot gaan spelen. Lopen overal heen. En moeten net als een hond opgevoed worden. Kattenbaktraining enz.
Denk aan de kosten, 2 x een inenting en dan moet nog alles goed gaan. Bij de bevalling moet er al een dierenarts komen om een spuitje te zetten zodat eventueel achter gebleven vuil verwijderd word uit de baarmoeder. Enz. enz...
Krijgt u als u dit gelezen hebt al grijze haren, laat uw kat dan helpen, beter voor u en uw kat haar gemoedsrust. En let wel, er zijn al genoeg weesjes in het asiel zonder een baasje. Daarbij, het is echt een fabeltje dat een poes eerst een nestje moet hebben gehad voor je haar laat steriliseren. Dit is onzin, het is zelfs zo dat een poes die maar één nestje heeft gehad een veel groter risico heeft op melkkliertumoren dan een poes die nooit gejongd heeft.


Hoe krijg ik bij mijn kat een pil naarbinnen?

Enkele methoden:
* Klem de kat tussen je knieën, bekkie open met 1 hand terwijl je de
kop wel naar beneden blijft drukken zodat ze niet met haar voorpoten kan werken. Pil erin... Bekkie dicht en een héél klein drupje water net even onder de neus... Als het goed is zal ze dat waterdruppeltje weglikken en meteen de pil inslikken. Lukt dit niet, neem dan een klein stukje ham, of iets anders wat ze erg lekker vindt. Let wel, het moet eigenlijk iets zijn wat je klein kan maken en op haar neus kan leggen of smeren en wat ze héél maar dan ook héél erg lekker vindt. Met een beetje mazzel gaat ze dat proberen op te eten en moet ze automatisch slikken.
* Gebruik een pillenschieter.
* Als je alleen bent, wil een handdoek wel eens helpen. Tussen de
knieën houden en dan met een flinke handdoek poes inpakken zodat alleen het koppie eruit steekt. Kan ze in ieder geval niet meer met handjes en voetjes klauwen. Sinds ik mijn kat dagelijks bepil, gaat het volgende uitstekend: pilletje verpulveren en in een buisje doen, dat poeder laat je dan zo in 't bekkie glijden. Eventueel wat water er achteraan. Zo raken ze het moeilijker kwijt dan een hele pil


Plas opvangen bij een kat.

Bij een blaasontsteking is het handig om een plas mee te nemen naar de dierenarts, maar hoe krijg je die te pakken?
Ik heb daar al heel wat uurtjes aan besteed. Vroeger wachtte ik tot mijn kat op de bak ging, en duwde dan een dot watten onder z'n kont: lekker zacht, waar hij dan overheen plaste (natte hand neem ik voor lief). Maar dat is een slechte methode, omdat eventueel gruis etc. meestal achter blijft in de uitgeknepen watten.
Voor mijn kater heb ik ruim 2 maanden lang iedere week zijn plas moeten inleveren (30 min. op de fiets terwijl meneer lekker lag te pitten !!). Hier volgen wat tips, echter alleen als het om binnenkatten gaat (heb geen ervaring met katten die buiten plassen: lijkt me dan een heel groot probleem).
Bestudeer eerst het plasgedrag van je kat: sommige gaan plassen zodra je eten gaat klaarmaken, andere plassen juist ná het eten. Een kattenbak met schoon grit is ook vaak onweerstaanbaar, zéker tegen de tijd dat er een flinke plas in de blaas zit. Een kommetje bouillon geven wil ook wel helpen trouwens. Zorg dat je een schoon potje (kokertjes van fotorolletjes zijn prima) hebt + een pipetje. En het allerbelangrijkste: een schaaltje of iets dergelijks
(juslepel?) die in de palm van je hand past. Dit alles moet helemaal vrij zijn van zeepresten! Zeep beïnvloedt de uitslag van het urineonderzoek in grote mate. Verder is nodig een grote dosis geduld en rust. Als het goed is plast een kat iedere 5 tot 7 uur. Kijk wanneer hij plast, en ga dan ongeveer 5 uur later "in de aanval" : haal de kap van de bak af, blijf "onopvallend" in de buurt, en als hij op de bak gaat: klaar staan tot hij echt door de knieën zakt, en sla dan toe ! Kommetje onder de staart zónder een lading grit erin mee te scheppen, en rustig laten uitplassen. En dan bidden dat je goed gemikt hebt. Met pipet urine opzuigen en in potje doen. Potje meteen in de koelkast totdat je naar de d.a. kunt. Een plas mag eigenlijk maximaal 12 uur oud zijn (in de koelkast!), en een ochtendplas is het mooiste. Een andere methode (die bij mij leidt tot woedende protesten en een
plasstaking) is om de kat af te zonderen net zo lang totdat hij geplast heeft. Probleem is dan dat je niet weet hoe oud de plas is, omdat je niet ieder kwartier gaat kijken of het gelukt is. Ik vind het bovendien zielig, en dat zorgt voor een zwakke uitgangspositie in het verkrijgen van dit kostbare vocht. Bovendien weigeren mijn katten om te plassen op een kale ondergrond. Ik ben vaak om 04.00 uur opgestaan omdat vanaf die tijd mijn katten actief kunnen worden. Ik geef toe: je moet er iets voor over hebben, en je moet ook geluk hebben. In het begin heb ik echt soms tot in de vroeg ochtend zitten
wachten: mijn kater had dan rond middernacht moeten plassen, maar wist het tot 04.00 uur op te houden, de schooier!
Maar het is me ook al een paar keer gebeurd dat ik gewoon een schone bak neerzette, hem even ergens vandaan plukte, tegen hem zei: schat doe even een plas voor me, en jawel... hij deed het zo maar, terwijl hij me strak zat aan te kijken, zo van... én wat krijg ik nou van je??? Er zijn mensen die me voor gek verklaren, maar intussen ben ik er altijd (minstens 50 keer) in geslaagd om een plas in te leveren.


Kat sproeit

Niet alleen katers, ook poezen kunnen sproeien. Na castratie/sterilisatie is het probleem meestal verholpen. Als dit niet het geval is, kan het sproeigedrag ook een medische oorzaak hebben. Uw kat kan een blaasontsteking, blaasgruis, een urineweginfectie of problemen met de nieren hebben. Het is dus heel belangrijk dat u eerst naar de dierenarts gaat.
Als er na uw dierenartsbezoek geen medische problemen zijn geconstateerd, heeft u te maken met een gedragsprobleem.

Katten sproeien omdat ze:
Hun territorium willen afbakenen
Willen laten weten dat ze krols zijn (poezen)
Voormalige dekkaters die gecastreerd zijn kunnen toch hun sproeigedrag voort blijven zetten. Het zou ook kunnen dat uw gecastreerde kater met het sproeien reageert op gesproei van ongecastreerde katers uit de buurt. Probeer de katers uit uw tuin te houden, zodat uw kater zich niet genoodzaakt voelt zijn territorium te markeren. Het kan voorkomen dat de dierenarts bij sterilisatie van de poes wel de baarmoeder heeft weggehaald, maar de eierstokken (gedeeltelijk) heeft laten zitten. Op die manier blijft de poes hormonen aanmaken, die de oorzaak kunnen zijn van sproeigedrag. Soms werkt de poezenpil goed tegen sproeigedrag, ook bij gecastreerde/gesteriliseerde katten. Bespreek deze mogelijkheid eens met uw dierenarts. Als u meerdere katten heeft, kan het zijn dat de 'sproeier' zijn dominantie wil aantonen door overal zijn of haar geur achter te laten. Sommige homeopathische middelen of Bach Bloesem therapie kunnen helpen bij het verminderen van dominant gedrag. Een laatste mogelijkheid zou kunnen zijn voor de sproeier een nieuw huis te zoeken zonder andere katten.


Hoe zorg ik ervoor dat de kat in mijn tuin blijft?

Er zijn diverse manieren om je kat in de tuin te houden. De veiligste manier is het gebruik van een kattenren. Dit is een ruimte die volledig is afgerasterd, ook bovenop. Zo'n ren is vaak toegankelijk vanaf het huis via een kattenluikje. Als je een beetje handig bent kom je een heel eind door gebruik te maken van palen en gaas. Gebruik wel gaas met kleine openingen om te voorkomen dat er een vogel of een eventuele kitten in vast komt te zitten. Voor de minder handige mensen zijn rennen ook te koop, in alle soorten en maten. Een leverancier van rennen is de firma Buitengoed, te vinden op www.buiten-goed.nl <http://www.buiten-goed.nl>
Als je tuin al is omsloten door schuttingen is een andere, goedkopere manier het gebruik maken van zogenaamde boekensteunen of houten balkjes. Als je boven een hoge schutting (liefst hoger dan 1,50m) schuine balkjes naar binnen toe monteert en hier gaas langs spant kan je kat niet over de schutting klimmen want dan komt hij met zijn kopje tegen het gaas. Door deze schuine afrastering zal de kat ook niet zo snel over de schutting springen. Eventuele bomen kunnen ook op de zelfde manier afgerasterd worden. Laat je kat eerst onder begeleiding de afrastering testen, dan weet je gelijk waar de zwakke plekken zitten. Daarnaast is er ook kattenschrikdraad te koop (bijv. bij de boerenbont), dit is schrikdraad met een iets lager voltage dan het normale schrikdraad. Eventuele zwakke plekken kunnen hier nog mee afgezet worden.
Een andere oplossing is het gebruik van waslijnen. Hierna volgt een beschrijving van iemand die daar gebruik van heeft gemaakt: "Wij hebben zelf twee katten en wij willen ze ook niet los buiten laten lopen, omdat we veel te bang zijn dat er iets met onze schatten gebeurt. Wij hebben het volgende gedaan: men neme een dubbele waslijn, daar hang je twee katrollen aan (te koop bij Karwei en andere bouwmarkten). Daar hang je vervolgens weer twee karabijnen aan (ik heb het hier over twee, omdat wij twee katten hebben en we hebben dus 1 waslijn per kat), want dan zijn de draadjes later heel makkelijk te ontwarren. Ook dit is te koop bij de bouwmarkt. Dan neem je een stuk waslijn van een meter of drie, tenminste dat hebben wij gedaan. Wij hebben niet zo'n grote tuin! En het ligt er maar net aan hoever ze weg mogen natuurlijk. Aan dat stukje waslijn maak je boven een lusje en dat hang je dan dus aan de karabijn. Aan de onderkant van de lijn maak je een iets kleinere karabijn vast en dan kun je je katten dus vasthaken. Je kunt gewoon van die tuigjes kopen bij de dierenwinkel, die zijn veilig. Zo'n tuigje zit niet alleen vast om de nek, maar ook om de buik. Zo kunnen ze buiten dus lekker heen en weer rennen en je weet dus precies waar ze zitten. Door die katrolletjes aan de gespannen waslijn loopt het geheel heel erg soepel. Dit is best een goedkope oplossing en met een uurtje klussen ben je klaar. De tuigjes kunnen ze binnen ook aanhouden, dat is geen probleem. Wij doen zelf de tuigjes wel af, maar onze katten zijn wel gewend dat ze altijd even moeten wachten tot ze hun tuigje aanhebben eer ze naar buiten mogen. Een kwestie van wennen dus.
Nadeel: je moet er wel bijblijven. Ze zitten soms nu eenmaal vast en ze kunnen dan in paniek raken en gaan trekken. Ze kunnen zich wel zo in een bocht wringen dat ze hun voorpootjes eruit hebben, maar dan zit het nog wel om hun nek! En dat kan natuurlijk heel erg fout gaan! Wij hebben er hele goede ervaringen mee en het grappige is dat iedereen het hier zo heeft. Onze buren, en de buren daarnaast en daar weer naast hebben allemaal katten die ook zo buiten mogen. Een heel grappig gezicht en bewijs dat het heel goed werkt!"


Mijn kat niet meer thuisgekomen, wat kan ik ondernemen?

Tips voor het zoeken als een huisdier is weggelopen:
* Meld de vermissing zo spoedig mogelijk bij de dichtstbijzijnde
Amivedi-post, de dichtstbijzijnde afdeling van de Dierenbescherming en de Dierenambulance.
* Maak een vermissing in zo ruim mogelijke kring bekend: buren,
verspreid briefjes met het signalement van het dier, datum en omgeving van vermissing (vergeet het telefoonnummer niet!), vraag het aan kinderen in de buurt.
* Vraag mensen om in schuren, kelders, zolders, garages en bergingen
te kijken.
* Hang op strategische punten vermissingsberichten met foto, in
plastic inschuifmappen tegen de regen. Op glasbakken, bij giromaten, supermarkten, bibliotheken, dierenartsen, op bomen bij drukke kruispunten.
* Plaats advertenties in huis-aan-huis-bladen en op prikborden in
drukbezochte winkels, liefst met foto.
* Bezoek meerdere malen de asielen in de omgeving en neem een foto van
het dier mee.
* Ga zoeken in de buurt. Doe het dan vooral 's avonds als het stil is
en neem een pak brokken mee om mee te rammelen. Neem ook een reismand mee. Doe dit rustig, zoek op stille plekjes in de omgeving, bijvoorbeeld bosjes of parkjes.
* Bij vermissing na verhuizing: neem contact op met de vorige buren en
nieuwe bewoners van het vorige huis.
* Is het dier na enige weken nog niet terecht, geef de moed niet te
snel op, blijf contact opnemen met asielen.
* Bij het vinden van een dier is het van belang het zo spoedig
mogelijk te melden bij de Amivedi-post, Dierenbescherming, Dierenambulance en asielen.
Belangrijke Internetsites:
www.dierenbescherming.nl
www.amivedi.nl
www.petlook.nl

www.dierenasiels.com