Medische vragen over uw kat ![]()
Let op: dit is slechts een indicatie of globale uitleg, raadpleeg altijd uw dierenarts !
Castratie hoe gebeurd dat?
omhoog
In tegenstelling tot de sterilisatie van de poes is de castratie van een kater veel minder ingrijpend. Vanaf ongeveer
10 maanden (deze opvattingen verschillen weliswaar per dierenarts) kun je je katertje laten castreren. Als je een
kater te vroeg laat castreren, dan is de urinebuis soms niet volgroeid. Als de kater later blaasgruis gaat aanmaken
dan ontstaan er veel makkelijker verstoppingen ter hoogte van de penis. De dierenarts spreekt over het algemeen
af dat je je kater dezelfde dag op kunt halen. Het beestje heeft geen hechtingen, want de wondjes op de balletjes
genezen het beste zonder hechtingen. Het voordeel van het laten castreren van je kater is dat deze in principe
niet meer de behoefte voelt om zijn territorium aan te geven door middel van het sproeien en dat je op deze eenvoudige
wijze meehelpt om het kattenoverschot niet verder uit de breiden. Eerst zal de dierenarts de kater onder narcose
brengen. Deze narcose zorgt ervoor dat alle spieren zich gaan ontspannen, daarom blijven de ogen tijdens de castratie
open. De dierenarts zal druppeltjes in de ogen doen zodat die niet te droog worden. Dan zal hij de kater op zijn
tafel leggen en de achterpootjes opentrekken met een stuk touw dat aan de tafel bevestigd is. Als dat allemaal
gedaan is gaat de dierenarts haar van de ballen trekken, om dan met een zeer fijn mesje (alle mesjes en schaartjes
liggen in een ontsmettingsmiddel om infectie te voorkomen) de huid van een bal open te snijden. Als er een opening
gemaakt is, dan neemt de dierenarts die teelbal eruit en daaraan zit de zaadleider bevestigd. Die gaat hij dan
afbinden en doorknippen. Als dit gedaan is dan stopt de dierenarts de rest van de zaadleider terug op zijn plaats
en begint aan de tweede bal. Dan nog even ontsmetten en klaar is kees. Als alles goed verloopt dan is de castratie
in een 10 tal minuten voorbij. Tijdens de eerste maand blijven de hormonen nog actief in het lichaam van de kater
en is hij ook nog vruchtbaar. Dus opletten geblazen als er eventueel een krolse poes in de buurt is.
Blaasontsteking hoe te behandelen
omhoog
WANNEER MOET JE GAAN OPLETTEN !!
* kat gaat vaker dan normaal op de bak
* kat zit lang op de bak
* kat zit op de bak te miauwen
* kat produceert maar kleine plasjes
* kat doet overal in huis plasjes
* kat heeft rode plas, dus bloed in de urine
BIJ DEZE VERSCHIJNSELEN METEEN NAAR DE DIERENARTS !
INDIEN MOGELIJK EEN PLAS MEENEMEN - kijk bij plas opvangen <plasopvangen.html>. Oorzaken van blaasontsteking
zijn o.a:
* een infectie, die met een penicillinekuur behandeld dient te worden
* blaasgruis, dat met een penicillinekuur gecombineerd met een
gruisoplossend dieetvoer behandeld moet worden
* poliepen in de blaas, die operatief verwijderd moeten worden
Als de kat bovenstaande verschijnselen vertoont, moet je meteen naar de dierenarts voor behandeling.
De kat heeft pijn bij het plassen, en als er sprake is van gruis, is het risico van een gruisverstopping aanwezig.
In dat geval kan de situatie levensbedreigend zijn. De dierenarts zal de plas onderzoeken, door een strip in de
urine te houden. Aan de hand van de verkleuring van deze strip kan hij zien wat de PH-waarde (= zuurgraad) van
de urine is, en kan hij zien of er bloed in de urine zit. Vervolgens wordt meestal gekeken of er gruis aanwezig
is: een beetje urine wordt in een soort centrifuge gedaan, en de neerslag = sediment wordt onder een microscoop
bekeken. Voor een blaasontsteking zonder aanwezigheid van gruis kan een penicillinekuur volstaan. Héél
belangrijk is om de kuur helemaal af te maken, de voorschriften van de dierenarts goed op te volgen, en na afloop
van de kuur nogmaals een plas in te leveren voor een goede eindcontrole. Ikzelf zou daar op staan, ook al wordt
gezegd dat het niet echt nodig is. Kat wel of niet naar buiten? Vele katten vinden het heerlijk om naar buiten
te gaan, maar buiten liggen er heel wat gevaren op de loer. Jaarlijks komen heel wat katten om door aanrijdingen
met een auto, want niet elke kat ziet de auto als gevaarlijk of blijft van schrik stijf zitten. Daarnaast heb je
natuurlijk andere gevaren zoals rattengif, kattenhaters en mensen die je kat zomaar meenemen etc. Daarbij komen
er ook bij katten overdrachtelijke ziekten voor zoals FIV
(kattenaids) die ze via andere katten op kunnen lopen.
Om te voorkomen dat er iets gebeurd kan je het beste ervoor zorgen dat je katten bij je in de buurt blijven. Dit
kan je doen door het plaatsen van een kattenren, of het "catproof" afzetten van je tuin of balkon. Op
deze manier kan je kat toch genieten van de buitenlucht maar ben je er zeker van dat je kat niets overkomt.
Hoe ontstaat blaasgruis en hoe
is het te behandelen?
omhoog
WAARSCHUWING: blaasgruis mag nooit verwaarloosd worden.
Als er blaasgruis aanwezig is, dan bestaat er kans op een verstopping waarbij de kat niet meer kan plassen, de
nieren hun werk niet meer kunnen doen, en de kat langzaam vergiftigt. Deze situatie is levensbedreigend !!!!
BLAASGRUIS: enkele feiten
Bij blaasgruis is er sprake van kristal- en/of steenvorming in de blaas en de urinewegen van de kat. Gruis kan
uit verschillende mineralen bestaan. In de meeste gevallen betreft het struviet. Steeds vaker komt ook calciumoxalaat
voor. Blaasgruis kan optreden als de urine oververzadigd is met deze mineralen. Een goede pH-waarde ligt grofweg
tussen de 6.0 en de 6.5.
Binnen deze grenzen is de vorming van kristal minder waarschijnlijk. Bij een hoge pH-waarde boven de 6.5 (basische
urine) kunnen struvieten gevormd worden. Bij een lage pH-waarde onder de 6.0 (zure urine), kunnen oxalaten gevormd
worden.
Struvieten zijn door een blaasgruis-OPLOS-dieet op te lossen Oxalaten zijn niet op te lossen, en moeten operatief
verwijderd worden.
De pH-waarde (zuurgraad) van de urine is belangrijk, omdat deze de oplosbaarheid van de mineralen beïnvloedt.
Voeding is essentieel in het beïnvloeden van de pH-waarde van de urine:
* Struvieten:
Er bestaat speciale voeding om struvieten op te lossen (gruis-oplos-dieet) Er bestaat speciale voeding om de vorming
van struvieten in het vervolg te voorkomen (gruis-onderhouds-dieet)
* Oxalaten:
Er bestaat géén voeding om oxalaten op te lossen
Er bestaat wèl voeding die na operatieve verwijdering van de oxalaten de vorming van nieuwe oxalaten zou
voorkomen.
MIJN KAT HEEFT BLAASGRUIS: MIJN ERVARINGEN
Meestal begint het met een blaasontsteking: de kat plast overal, of doet steeds met veel gepiep kleine plasjes
op de bak, soms met bloed erbij.
Ga onmiddellijk naar de dierenarts met de kat, en neem indien mogelijk een plasje mee, zie plas opvangen <plasopvangen.html>.
De dierenarts zal de plas moeten onderzoeken, en schrijft een antibioticakuur voor. Als er in de plas ook gruisjes
worden gevonden, dan zal de kat behalve die pillenkuur ook op dieet gezet worden. Bij een urinecontrole wordt gekeken
naar de pH-waarde, naar de aanwezigheid van bloed etc, en naar de aanwezigheid van kristallen (sediment) Wat is
er namelijk aan de hand: Sommige katten hebben aanleg om gruis te vormen. Dat gruis ontstaat als de PH (=zuurgraad)
van de urine niet in orde is. De PH hoort tussen 6.0 en 6.5 te zijn. Wordt de PH hoger, dan bestaat de kans dat
er kristallen in de blaas gevormd worden (z.g. struvieten) Wordt de PH lager, dan bestaat de kans dat er een ander
soort kristallen in de blaas gevormd worden (z.g.oxalaten) Struvieten en oxalaten ontstaan dus in tegengestelde
omstandigheden. Daarom móet bepaald worden om welk kristal het gaat: een verkeerde keuze kan de kwaal dus
verergeren i.p.v. verhelpen !!!!! De kristallen gaan de blaas irriteren, veroorzaken wondjes aan de blaaswand;
door de ontsteking ontstaat pus die zich kan ophopen in de plasbuis. Bij een poes is die plasbuis vrij wijd, en
zullen minder snel verstoppingen ontstaan. Bij de kater is die plasbuis smal, en bovendien zitten er een soort
weerhaakjes, zodat pus kan gaan klonteren en de doorgang verstoppen. Door catheterisatie wordt een eventuele verstopping
verwijderd. Vervolgens zullen die kristallen in de blaas verwijderd moeten worden, anders is de kans op herhaling
uitermate groot. Oxalaten kunnen niet opgelost worden, en zullen operatief verwijderd moeten worden. Om te voorkomen
dat er daarna opnieuw oxalaten gevormd worden zul je regelmatig urinecontrole moeten laten doen, en de kat zou
door de dierenarts op een dieet gezet kunnen worden (bijvoorbeeld Felistar S12, een nierdieet dat ook aanbevolen
wordt om herhaling van calcium-oxalaten te voorkomen. Er zijn ook speciale dieten die de vorming van oxalaten zeggen
te voorkomen. De dierenarts zal hierin adviseren). Struvieten (komen verreweg het meest voor) kunnen wél
opgelost worden, bijvoorbeeld door Hill's Prescription Diet s/d. Na de antibiotica-kuur + dieet moet de urine weer
gecontroleerd worden. Blijkt de urine schoon, dan kan vervolgens het dieet aangepast worden, en kun je overstappen
op een zogenaamd onderhouds-dieet, bv. Hills Prescription Diet c/d, of Felistar S10 . Er zijn vele blaasgruisdieten
in de handel, echter NOOIT verkrijgbaar in de dierenwinkel, maar UITSLUITEND bij de dierenarts. Dit blaasgruisdieet
zal de kat voor de rest van z'n leven moeten gebruiken, om herhaling te voorkomen. Ikzelf neem geen enkel risico:
ik laat 2 keer per jaar de urine controleren. Het is belangrijk om zelf actief betrokken te zijn bij het blaasgruisprobleem
van je kat. Daarmee wordt je gevoel van machteloosheid en angst kleiner.
* informeer naar de uitslagen van de urinecontroles en schrijf die
zelf op (meten is weten, en zo weet je hoe de ontwikkeling is)
* hou je strikt aan de voorschriften van de dierenarts, en aan het
voorgeschreven dieet
* voorkom overgewicht (= risicofactor voor blaasgruiskat): onthoud dat
blaasgruisdieet calorierijk is en dus snel gewichtstoename veroorzaakt. Weeg de porties af op een weegschaaltje,
dan voorkom je veel ellende
* zorg dat je kat veel drinkt, want door veel te drinken=plassen
kunnen kristallen afgevoerd worden terwijl ze nog klein zijn en door de plasbuis kunnen. Zet één
of twee extra drinkbakken op strategische plekken, niet in de buurt van voederbak of kattenbak, en op een rustige
plek.
* zorg dat je het plassen van de kat niet verstoort door teveel
"bovenop" de bak erbij te zitten. Als de kat gaat plassen, hou dan afstand, maar luister of je geen gepiep
hoort. Zodra de kat klaar is, kijk je of de natte plek duidt op een flinke plas of dat het maar een paar druppels
zijn geweest. Onderbroken plassen, met een wisselende kracht, hoeft niet op verstopping te duiden. Kan komen door
de irritatie en angst om te plassen.
* zorg voor een zeer schone bak, en eventueel meerdere bakken, omdat
een kat de neiging heeft zijn plas op te houden als de plasomstandigheden niet goed zijn. En plas ophouden betekent
groter risico.
Herhaalde verstoppingen:
Als ondanks een intensieve antibioticakuur, en een strikt gruisoplosdieet (desnoods verschillende soorten proberen
in overleg met de dierenarts), de verstoppingen blijven optreden, dan moet er ingegrepen worden. Er kan een röntgenfoto
of een echo van de blaas gemaakt worden om te bepalen of er poliepen of uitstulpingen of kuiltjes in de blaaswand
aanwezig zijn. Mocht dit niets opleveren, dan zal een penisamputatie noodzakelijk kunnen zijn, zeker als de penis
klein is. Meestal is daarmee het probleem verholpen, al zal de kat voor de rest van z'n leven tóch op dieet
blijven.
De urine van mijn kat met blaasgruis ruikt naar ammoniak, hoe kan dat?
omhoog
Het kan inderdaad heel goed zijn dat zijn plas sterk ruikt, en dat duidt er op dat hij een zeer geconcentreerde
plas heeft. Misschien gaat de kat niet vaak genoeg naar de bak, een bekend verschijnsel bij gruiskatten. Een paar
dingen waar je eens op moet letten:
* Drinkt hij wel genoeg? Voeg desnoods wat warm water aan het voer toe.
* Hou de bak echt superschoon. Desnoods meerdere bakken neerzetten.
* Zorg dat hij niets anders dan zijn dieetvoer eet.
Voor een gruiskat is de bak meestal een plek waar hij pijn geleden heeft, dus minder prettige associaties. Plas
ophouden, en soms zelfs onzindelijkheid kunnen het gevolg zijn. Een gruiskat moet veel drinken en veel plassen.
Spoelen, spoelen, spoelen; op die manier wordt de plas als het goed is minder geconcentreerd en ruikt dus minder.
Diaree kitten 6 weken
omhoog
Het zogenaamde spenen van de kittens (de benaming voor de overgang
van moedermelk naar een ander voedsel) is een kritieke periode voor maag en darmen van de kittens. Een plotselinge
overgang kan al heel snel tot darmproblemen leiden. Daarom moet dit geleidelijk gebeuren.
Het kan zo zijn dat het kitten erg heftig reageert op blikvoer. Blikvoer is erg steriel, dat belemmert de aanmaak
van enzymen. Je kan bijvoorbeeld lamshart geven van Rodi. Dit moet ongekookt gegeven worden, anders wordt het wederom
steriel. Deze voeding zorgt ervoor dat er voldoende enzymen en darmbacteriën aangemaakt worden, die zorg dragen
voor het scheiden van de vaste en vloeibare delen uit het eten. Zo kan er een optimale voederbenutting plaats vinden.
Meer voedingstips:
* Nutrix rijstebloempap met daardoorheen gemalen lamshart of blikvoer
in kleine beetjes. De pap aangemaakt met kittenmelk uiteraard! De brokjes wellen in water zodat het kitten wat
extra vocht binnen krijgt.
* Blikjes Hills A/D zijn erg licht verteerbaar maar zeer voedzaam.
Eveneens bij de dierenarts verkrijgbaar.
* Ook Nutrigel, geconcentreerd krachtvoer voor katten, is geschikt. Te
verkrijgen bij de dierenarts.
* Het kitten kan Whiskas Concentration Diet gegeven worden als
drinken. Dit is een zeer voedzaam en lichtverteerbare melkdrank. Verkrijgbaar in zakjes bij de dierenarts. Dit
veroorzaakt geen darmbezwaren.
* Eventueel kan Bene-Bac als voedingssupplement gegeven worden. Dit
geeft de darmflora een oppepper en werkt zeer effectief. Te bestellen via SPAT <http://www.spat.nl>.
Als het kitten nog niet ontwormd is, dan kan dit ook heel goed de oorzaak van aanhoudende diarree zijn. Ook wanneer
het kitten ontwormd is, kunnen er nog wel veel wormen aanwezig kunnen zijn. Een dik buikje wijst hierop. Als ze
erg vol wormen zitten, kan er beter eerder dan 14 dagen opnieuw ontwormd worden. De wormen kunnen nl. meer schade
aanrichten dan een keertje extra Vitaminth ontwormingspasta. Ook Banminth is een goed middel. Te verkrijgen bij
de dierenarts, zie bijsluiter voor gebruik. Als dit alles nog niet helpt, is het verstandig naar de dierenarts
gaan. Kittens drogen echt heel erg snel uit. De dierenarts schrijft dan wellicht Biosol voor. Dat moet naar gewicht
gegeven worden. Het is van belang niet al te lang zelf te blijven dokteren.
FIP, wat is dat?
omhoog
EIGEN INBRENG VOORAF
Eerst en vooral, als u dit leest, sla dan niet onmiddellijk in paniek. Zoals verder beschreven zal staan, is het
heel moeilijk om FIP vast te stellen en lijken heel veel symptomen op FIP. Maar of uw kat FIP heeft is niet met
zekerheid vast te stellen door een test. Dus laat uw kat niet onnodig inslapen.
INTRODUCTIE
FIP is een van de meest mysterieuze ziektes die een kat kan krijgen. Gelukkig komt deze ziekte niet zoveel voor.
Jammer genoeg is deze ziekte steeds fataal. Er bestaat nog geen medicijn tegen FIP. Het komt meestal voor bij katten
jonger dan 2 jaar of ouder dan 10 jaar. Huishoudens met meerdere katten of katten die hun tijd buiten doorbrengen,
zijn grotere kanshebbers op deze ziekte. Het virus dat deze ziekte veroorzaakt, verspreidt zich via de luchtwegen
en uitwerpselen. Als het virus zich in de kattenbak bevindt, komt het makkelijk op de kat zijn vacht en wordt zo
door het wassen bij de kat opgenomen. De belangrijkste vorm van virusoverdracht is van een virusdragende moederpoes
op haar jongen van 5 tot 7 weken, als de moeder-antistoffen in het bloed van de kittens gaan dalen. De incubatietijd
(tussen binnenkrijgen van het virus en het opkomen van de
fip-verschijnselen) is normaal een aantal maanden.
Katten die besmet zijn met het FeLV (Feline leukemie virus), hebben een groter risico om FIP te ontwikkelen. OORZAAK
FIP wordt veroorzaakt door een coronavirus dat muteert van een onschadelijke vorm tot een schadelijke vorm die
FIP veroorzaakt. Het gaat hierbij om coronavirussen die in het darmstelsel leven, FECV (Feline Enteric Coronavirus).
Men weet nog niet hoe en waarom het virus muteert naar de vorm die FIP veroorzaakt. SYMPTOMEN In het begin zijn
er maar minimale symptomen merkbaar na blootstelling aan het virus. Sommige katten zullen lichte problemen aan
de luchtwegen hebben, zoals niezen. Andere hebben dan weer last van diarree, maar de symptomen zijn zo mild dat
ze meestal ongemerkt voorbij gaan.
De serieuze symptomen zullen sneller optreden bij jongere katten. Deze ziekte heeft twee grote manifestaties...
DE EERSTE VORM Deze vorm wordt de "droge vorm" genoemd. Katten die deze vorm hebben, vertonen eerder
vage symptomen die komen en gaan. Deze vorm kan in verschillende delen van het lichaam tot uiting komen. De katten
kunnen slecht beginnen te eten, een voortdurende verkoudheid hebben. Meestal zien de katten er ongezond en ziek
uit. Het lastige is dat deze symptomen ook op verschillende andere ziektes lijken, zoals leverziekte, nierziekte
en suikerziekte. Het is dus heel moeilijk om de diagnose FIP te stellen bij de droge vorm. DE TWEEDE VORM Deze
vorm wordt de "natte vorm" genoemd, ofwel buikvliesontsteking. Het wordt zo genoemd omdat de buik zich
vult met vloeistof. De kat heeft ademhalingsmoeilijkheden en gebrek aan eetlust en ondanks dat een hele dikke buik.
Deze vorm komt veel sneller tot uiting dan de droge vorm en kan vastgesteld worden door een buikholtepunctie. Het
virus kan ook de hersenen en de ruggengraat aan tasten. Deze vorm wordt meestal vastgesteld bij een oogonderzoek.
Er treden dan veranderingen op in de achterzijde van het oog. De iris kan van kleur veranderen. (Niet te verwarren
met oogmelanoom <irismelanoom.html>.) DIAGNOSE Een diagnose is in veel gevallen moeilijk te stellen, zeker
als het de droge vorm betreft. Er is nog geen bloedtest op de markt die het virus kan vaststellen, zoals bij FeLV
en FIV. De test vertelt ons enkel dat er antistoffen in het lichaam zijn tegen coronavirussen in het algemeen.
Dit wil zeggen dat als de kat ooit niesziekte of diaree heeft gehad, de kans groot is dat ze antistoffen tegen
coronavirussen in haar lichaam heeft. De hoeveelheid antistoffen wordt uitgedrukt in titer. Een hoge titer op coronavirussen
geeft dus helemaal geen uitsluitsel of uw kat al dan niet FIP zal ontwikkelen. Als de kat een lage titer heeft,
dan is de kans natuurlijk kleiner maar evengoed kan een kat met een lage titer FIP ontwikkelen. Bij de natte vorm
kan er vocht uit de buikholte worden gehaald. Middels zo'n punctie kan men al met wat meer zekerheid FIP vaststellen.
Tot nu toe is het doen van autopsie op een overleden kat de enige manier om met zekerheid FIP vast te stellen.
BELANGRIJK Laat de kat nooit inslapen slechts op grond van de uitslag van een titer test, zeker als het een gezonde
kat betreft. Deze test geeft in de praktijk gewoon te weinig informatie. BEHANDELING Er is momenteel nog geen behandeling
tegen FIP. Over de jaren is er natuurlijk veel onderzoek naar gedaan maar geen methode lijkt echt te werken. Medicatie
kan de kat natuurlijk - zeker in de beginfase - een beetje verlichten van haar pijn en ongemakken. De behandeling
omvat antibiotica, imuunsysteem-stimulators en vitaminen. Omdat het moeilijk is de ziekte vast te stellen, is het
zeker de moeite waard om uw kat steeds te laten behandelen op de symptomen van dat moment. Het kan immers zijn
dat uw kat geen FIP heeft maar een andere ziekte. Als uw kat werkelijk FIP heeft, zal de behandeling jammer genoeg
weinig uit halen en zal ze binnen enkele maanden na het vertonen van de symptomen sterven. CONTROLEREN VAN VERSPREIDING
Indien een kat overleden is aan FIP en u denkt er aan om een nieuwe kat in huis te nemen, wacht dan minstens een
maand voor u de nieuwe kat in huis haalt. Koop een nieuwe kattenbak en eetbakje. Reinig het huis helemaal met Javel
of een soortgelijk schoonmaakmiddel. Dit doodt het virus. Het virus kan namelijk gedurende meerdere weken in leven
blijven. RISICO
De kans dat u ooit met FIP de maken krijgt, kan niemand berekenen. Wel komt het eerder voor in grote kattengezinnen
maar ook een huishouden met één kat kan met FIP te maken krijgen. Minder risico heeft u wanneer er
weinig katten in huis zijn, liefst minder dan vijf. Naar schatting 30% van de katten levend in een kleiner kattenhuishouden
vertoont een titer op coronavirussen, terwijl dit 70 tot 80% is bij katten in een huishouden met meer dan vijf
katten. Hieruit volgt dat het zeker niet uitgesloten is dat katten uit een kleiner kattengezin FIP kunnen ontwikkelen.
Katten die in een huishouden leven waar er al eens een FIP slachtoffer is geweest, hebben een geringe kans om zelf
ooit FIP te ontwikkelen. Dit omdat zij zijn blootgesteld aan het virus en daardoor antistoffen tegen het virus
hebben gevormd. Kittens van een poes die gestorven is aan FIP, hebben een veel grotere kans om de ziekte te ontwikkelen,
daar de moeder-antistoffen in het bloed van de kittens gaan dalen en hun immuunsysteem nog niet op volle kracht
is. Een kat is meer vatbaar voor FIP bij stress en/of ziekte. Elke kat kan drager zijn van het coronavirus maar
lang niet ieder kat ontwikkelt FIP. Een goede conditie en weerstand verminderen de kans op het ontwikkelen van
de ziekte. VACCINATIE In de recente jaren is er een vaccinatie ontwikkeld tegen FIP. Via de neus word een verzwakte
vorm van het virus bij de kat ingedruppeld. Dit virus heeft de eigenschap te sterven bij een temperatuur boven
de 38 graden, dus lichaamstemperatuur van een kat. Het blijft dus enkel leven in de neus. Het afweersysteem reageert
op de aanwezigheid van het virus in de neus en zal antistoffen vormen. Na deze enting zal de titer van de kat stijgen
vanwege een toename van antistoffen tegen coronavirussen. Bij voorkeur wordt de enting voor het eerst toegediend
op een leeftijd van 16 weken met kort daarop een herhalingsenting. Vervolgens vindt er ieder jaar een herhalingsenting
plaats. Over het nut van vaccinatie zijn heel veel verschillende meningen, ook onder dierenartsen. Onderzoeken
naar de effectiviteit van inenting tegen FIP geven geen eenduidige resultaten. Volgens de ontwikkelaars van het
vaccin zou de kat ongeveer 70 tot 80% beschermd zijn tegen de eerste vorm van FIP, de vorm die in een lab te testen
is. Andere onderzoeken wijzen uit dat de kat maar voor ca. 50% beschermd is. Conclusie is dat vaccinatie zeker
geen 100% zekerheid geeft dat een kat nooit FIP zal krijgen. Er zijn er zelfs die van mening zijn dat de kat met
het vaccineren een verhoogd risico loopt op het ontwikkelen van FIP. Uit alle onderzoeksresultaten blijkt hetzelfde.
Er zijn geen harde bewijzen dat katten sneller FIP zouden krijgen door een enting, alhoewel er wel vermoedens in
die richting zijn. Ook zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat de enting echt goed helpt tegen FIP. Het vaccineren
van een kat met een hoger titer op coronavirussen is per definitie zinloos, daar het vaccin de coronavirussen die
zich reeds in het darmstelsel bevinden ongemoeid laat. Ondanks dit alles zijn er dierenartsen en specialisten die
vaccinatie tegen FIP adviseren voor grotere kattenhuishoudens, zoals bijvoorbeeld catteries. BELANGRIJK Laat niemand
zich op stang jagen over wel of niet enten. Als u een kat laat vaccineren tegen FIP of een geënt kitten aanschaft,
bedenk dan dat de kat niet immuun zal zijn voor FIP. Net zo min kan men ervan uitgaan dat de geënte kat zeker
FIP zal ontwikkelen. Maar als het vaccineren gemoedsrust geeft, des te beter.
Mijn kitten is een zwemmertje, hoe te behandelen?
omhoog
Dit is een afwijking die wel eens voorkomt bij kittens van enkele
weken oud. De achterpootjes wijken uiteen waardoor het kitten zich niet goed kan voortbewegen. Er is geen officiële
naam voor deze afwijking. Het wordt wel aangeduid als zwemmertjes, kikkerpoten of frog legs.
Deze afwijking is niet erfelijk en het komt voor bij katten van alle rassen. De oorzaak is onbekend. Er wordt verondersteld
dat een virale infectie voor de geboorte een soort spierdystrofie veroorzaakt. Andere dierenartsen wijten de kwaal
aan een vitaminegebrek of aan problemen met het opnemen van bepaalde componenten in hun voeding, met name calcium.
Een echte behandelmethode is er niet. Het 'tapen' van de achterpootjes heeft een gunstige invloed en voorkomt tevens
een plat borstkastje, wat bij zwemmertjes ook wel eens voorkomt. Sommige dierenartsen bevelen vitamine E, calcium
of extra voeding aan, bijv. KMR. Anderen vinden dit niet nodig. Ook komt het voor dat de conditie vanzelf verbetert,
dus zonder een speciale behandeling. Welke behandeling er ook toegepast wordt, over het algemeen gaan de kittens
na de aanvankelijke problemen zich normaal voortbewegen. Het is dus absoluut onnodig kittens met deze afwijking
in te laten slapen!
Wanneer moet de kat waarvoor geënt worden?
omhoog
Het enten, of eigenlijk beter gezegd vaccineren van katten is een
regelmatig terugkerende gebeurtenis die voor de kat van groot belang is. Dit komt omdat katten in vergelijking
tot mensen minder hygiënisch zijn in de omgang met hun omgeving. Ook hebben met name katten die vrij buiten
mogen komen soms contacten met andere (verwilderde) katten. Hierdoor hebben ze een veel grotere besmettingskans.
Verder voert de dierenarts voorafgaand aan de vaccinatie een grondig lichamelijk onderzoek bij de kat uit. Dit
jaarlijks terugkerende onderzoek is belangrijk omdat de kat niet zelf aan kan geven dat er iets aan de hand is
(denk bijvoorbeeld aan het veelvuldig voorkomen van gebitsproblemen bij katten).
Wat is een vaccinatie?
Bij het vaccineren van katten brengen we via een injectie dode of verzwakte ziektekiemen in het lichaam. Deze ziektekiemen
kunnen zich niet/beperkt vermenigvuldigen, de kat wordt er dus niet ziek van. Hij kan er wel een dag sloom van
zijn. Er komt een reactie van het afweersysteem op gang. Hierdoor wordt de weerstand tegen de veroorzakers van
ziekten verhoogd. Als de kat nu in contact komt met ziektekiemen heeft het afweersysteem een veel betere kans deze
te uit te schakelen vóór de kat ziek wordt. Vaccinatieschema We beginnen de kittens te vaccineren
op 9 weken leeftijd. Deze kittenenting is tegen:
* Kattenziekte
* Niesziekte
Meestal wordt deze vaccinatie uitgevoerd met een dode entstof omdat de kans op een ent-reactie hiermee kleiner
is. De volgende vaccinatie vindt plaats op 12 weken. Dit is dezelfde vaccinatie als de jaarlijkse enting. Dit vaccin
bevat:
* Kattenziekte
* Niesziekte
Deze vaccinatie wordt uitgevoerd met levend entstoffen voor een goede opbouw van de afweer. De kat wordt vervolgens
jaarlijks gevaccineerd. Deze jaarlijkse enting
bevat:
* Kattenziekte
* Niesziekte
Deze vaccinatie wordt uitgevoerd met levend entstoffen voor een goed onderhoud van de afweer. De vaccinatie tegen
Katten- en Nieszieke is bij de goede kattenpensions een voorwaarde voordat u de kat mag brengen voor een logeerpartij.
Eventueel aanvullende vaccins:
* Rabiës (Hondsdolheid)
* FeLV, FIV (en FIP <fip.html>)
Samenvatting
Jaarlijkse vaccinatie is van belang voor uw kat, het kan een hoop problemen voorkomen. Daarnaast krijgt de kat
gelijk een jaarlijkse check-up. Kittens worden op 9 en 12 weken voor het eerst gevaccineerd tegen Katten- en Niesziekte,
hetgeen jaarlijks herhaald wordt. Bij de goede kattenpensions is deze enting verplicht!
NB: voor een goed effect van de vaccinatie is het belangrijk dat er vooraf goed ontwormd is! Dit geldt met name
voor kittens.
Mijn kat heeft vlekken in het oog, wat kan dat zijn?
omhoog
Veelal oudere katten worden naar dierenoogartsen gebracht met volgende
symptomen:
Een bruine of een zwarte vlek op de iris. Deze vlek kan heel diskreet zijn of juist verspreid over het gehele oog.
Het kan er ook uit zien als sproeten maar dan in het oog. Deze donkere vlekken zijn abnormale celgroei in het locale
pigment van het oog, de melanocyten. Per definitie een tumor in het oog die goedaardig of kwaadaardig kan zijn.
De oogarts zal de ogen onderzoeken met een speciale lamp, een briomicroscoop. Wanneer het pigment in de iris vlak
is, wordt de term MELANOSIS gebruikt (goedaardig). Als het pigment verheven of gezwollen is, dan gaat het om MELANOMA
(kwaadaardig). Dus melanosis is de goedaardige vorm en melanoom de kwaadaardige. De ziekte op zichzelf
We weten dat als het om een kwaadaardige iristumor gaat de kankercellen zich via het oogvocht in het bloed begeven.
Dit zou betekenen dat bij een oogmelanoom de kans op uitzaaiing nogal groot is. Maar uit klinisch onderzoek is
gebleken dat dit niet altijd het geval hoeft te zijn. Oogmelanoom kan ontstaan vanuit de goedaardige vorm, melanosis.
Dit gebeurt echter in de meeste gevallen niet en het blijft bij oogmelanosis. Zelfs een kat met een ernstig progressieve
vorm van melanosis heeft meer kans op ontwikkeling van glaucoom (een verhoogde oogdruk omdat de traanbuisjes vertopt
geraken, ook wel groene staar genoemd), dan op het ontwikkelen van de kwaadaardige vorm. Dus de kans dat het van
goedaardig overgaat in kwaadaardig, is klein. Behandeling
Ook al verschillen de meningen over de behandeling, bij goedaardige verkleuring van de iris - melanosis - is dit
de gebruikelijke aanpak: Een tweejaarlijks onderzoek van de ogen.
Indien glaucoom ontstaat is het mogelijk dat het oog moet worden verwijderd omdat de kat er pijn aan krijgt. Indien
melanoom zich ontwikkelt, is het moeilijk om te zeggen hoe verder te gaan met de behandeling. Het oog verwijderen
is een optie maar dan moet de kat eerst onderzocht worden op mogelijke uitzaaiingen.
Men kan een punctie in het oog doen om te kijken of het kwaadaardig is maar dit geeft helaas geen 100% zekerheid.
Waar moet ik op letten bij een narcose?
omhoog
Als je kat of poes bij de dierenarts onder narcose is geweest, is
hij over het algemeen erg suf. Dit valt des temeer op als je je dier dezelfde dag weer mee naar huis krijgt. De
kat 'waggelt' erg en kruipt soms over de grond, omdat hij zich erg onstevig op de pootjes voelt staan. De pupillen
zijn vergroot, waardoor de kat minder goed ziet. Ook kan het inschatten van diepte problemen geven. Bespreek met
je dierenarts wanneer je kat weer iets te eten of te drinken moet binnen krijgen. Meestal is het advies voer en
water klaar te zetten, zodat de kat hier naartoe kan, als hij/zij hier behoefte aan heeft. Soms is hulp verreist
bij het vinden van de kattenbak of het voer- of waterbakje. Je kat zal in eerste instantie erg onrustig zijn, omdat
het natuurlijk nogal vreemd voor hem is dat hij zich zo suf voelt. Het is dus zaak je kat in ieder geval de eerste
dag goed in de gaten te houden. Op de tweede dag zal je kat nog veel slapen, maar zich een stuk beter voelen. De
pupillen zijn dan ook weer op de normale grootte.
Onzindelijkheid
omhoog
Een veel voorkomend probleem. Er zijn twee mogelijkheden.
Het is een medisch probleem
Het is een gedragsprobleem
Wanneer uw kater of poes van de ene op de andere dag niet meer op de bak plast, is de kans groot dat het gaat om
een blaasontsteking, blaasgruis of een nieraandoening. Als eerste dus naar de dierenarts om deze mogelijkheden
uit te sluiten. Sterilisatie/castratie is vaak de oplossing voor onzindelijk gedrag. Vlak na de operatie kan de
onzindelijkheid nog even aanhouden, maar meestal gaat de kat na een paar weken weer keurig op de bak. Wanneer de
kat gesteriliseerd/gecastreerd is en de dierenarts geen medische oorzaak heeft kunnen vinden, heeft u te maken
met een gedragsprobleem. Door uw kat een paar dagen goed te observeren, kunt misschien de aanleiding voor het buiten
de bak plassen ontdekken en daar iets aan doen. Vaak is de aanleiding voor onzindelijk gedrag stress. Dat kan een
verhuizing zijn, een nieuwe huisgenoot of de aanwezigheid van ongecastreerde katers in de buurt. Onzindelijkheid
kan ook een vorm van protest zijn, bijvoorbeeld als de kat veel alleen is of als er een nieuwe kat in huis is gekomen.
Door het plassen krijgt de kat aandacht, ook al is die negatief. Straffen is geen oplossing! De kat begrijpt het
niet en zal alleen maar meer gestresst raken. U kunt wel de kat, wanneer deze bezig is of aanstalten maakt, naar
de bak dragen. Tips om de bak aantrekkelijk te maken:
* Houd de bak goed schoon.
* Probeer andere kattenbakvulling.
* Probeer een bak zonder (of juist met) kap.
* Zorg dat de bak niet te dicht bij de etensbakjes staat, op een
rustige plek waar niet te veel langs gelopen wordt.
* Zet een tweede (of derde) bak neer wanneer u meerdere katten heeft.
* Druppel wat valeriaan, ammoniak of chloor in de bak. Dit vinden de
meeste katten een aantrekkelijke lucht.
Tips wanneer de kat op 1 verkeerde plek plast:
* Maak de plek schoon met producten die een geur voor katten hebben
waardoor de behoefte te plassen afneemt, bijvoorbeeld Feliway of Mispoes. Pas op met schoonmaakmiddelen als Febrèze
of Dettol, deze zijn giftig!
* Maak de plek juist niet schoon met ammoniak- of chloorhoudende
middelen. Dit maakt het voor de kat juist uitnodigend om daar nogmaals te plassen. Geschikte schoonmaakmiddelen
zijn vloeibare zeep en schoonmaakazijn.
* Zet de bak op de plek en schuif de bak iedere dag een stukje
richting de plaats waar hij hoort te staan.
* Zet etensbakjes op de plek.
Als dit allemaal niet werkt is kunt u nog proberen de kat 'opnieuw' zindelijk te maken. Sluit de kat enkele dagen
in een kleine kamer of in de badkamer op met drinkwater, eten en de kattenbak, of gebruik een bench. In een kleine
ruimte zal de kat sneller van de bak gebruik maken. Prijs de kat als deze goed op de bak gaat. Laat de kat er heel
af en toe even uit om te spelen of te eten. Als de kat goed gebruik maakt van de kattenbak, kan de kat iedere dag
wat langer uit de kleine ruimte. Mocht de kat een terugval hebben, begin dan weer opnieuw met deze training. Het
is ook mogelijk dat de kat weer zindelijk wordt na een periode ergens anders, bijvoorbeeld in een pension of bij
vrienden/familie.
Poezenpil
omhoog
Het is zo dat langdurig gebruik van de pil niet verstandig is. Het
verhoogd de kans op tumoren in de melkklieren, suikerziekte en baarmoederontsteking. Daarbij, als uw kat gewoon
naar buiten kan, dan is de mogelijkheid er dat ze alsnog zwanger naar huis komt. Ze kan de pil namelijk hebben
overgegeven of diarree hebben gehad. Net als bij mensen is de pil dan ook bij poezen niet meer actief.
Mag je de pil dan nooit geven? Het hangt van de situatie af. Sommige poezen worden soms al heel jong krols, nog
voordat ze de leeftijd bereiken waarop men een poes kan laten steriliseren. Dan is het noodzakelijk om de poes
op de pil te plaatsen. Ook als ze niet naar buiten gaat. Als je haar krols laat worden, wordt de kans iedere keer
groter dat ze een baarmoederontsteking zal krijgen. Inderdaad, het risico is veel groter dat ze een baarmoederontsteking
krijgt als ze niet op de pil staat. De poes kan ook gedragsproblemen gaan vertonen door die krolsheden, zoals sproeien.
Daarbij is het nodeloos krols laten zijn van de poes niet goed, noch voor haar eigen gezondheid, conditie en gemoedsrust,
noch voor die van haar personeel. Poezen die krols zijn eten veel minder en na een tijd volgen de krolsheden steeds
sneller op elkaar. Het beestje zal dus erg mager worden. Om maar niet te spreken over 'ongelukjes'. De poezenpil
wordt vaak door fokkers toegediend, hetgeen uitstekend past binnen een verantwoord fokbeleid. Zo kan poes tussen
twee nestjes door weer even op krachten komen, zonder nadelige gevolgen voor haar gezondheid en risico's op ongeplande
zwangerschappen. De poezenpil bestaat in verschillende doseringen. Het hangt van het beleid van de dierenarts af
om te beslissen welke geschikt is voor welke poes. Meestal wordt begonnen met de lichtste pil, soms werk deze niet
voldoende en moeten er een zwaardere voorgeschreven worden. De poezenpil is een goede oplossing om een niet al
te lange periode kittenvrij door te komen. Is echter duidelijk dat het niet gewenst is dat poes ooit kleintjes
krijgt en poes is eraan toe om geholpen te worden, dan is sterilisatie (castratie dus) de meest veilige en betrouwbare
methode van geboortebeperking.
Sterilistatie van poes
omhoog
Eerst en vooral wil ik hier een fabeltje doorbreken.
Het is niet zo dat een poes eerst een nestje moet hebben gehad voor men haar laat steriliseren. Dit is onzin; het
is zelfs zo dat een poes die maar één nestje heeft gehad een veel groter risico heeft op melkkliertumoren
dan een poes die nooit gejongd heeft. Ook is het een fabeltje dat het beter is de poes één keer krols
te laten worden voor men haar laat helpen. Helemaal niet nodig, een poes mag geholpen worden vanaf haar zevende
maand.
Ik spreek uit ervaring. Ik heb zelf 8 poezen die ik allemaal vorige winter heb laten helpen. Ik zag er tegenop
om een gezonde poes naar de dierenarts te brengen voor een operatie. Maar geloof mij, het valt allemaal best mee.
Eigenlijk wordt een poes niet gesteriliseerd maar gecastreerd. Bij de ingreep worden de eierstokken uitgenomen.
Bij een "echte" sterilisatie zouden slechts de eileiders worden afgebonden en zouden de eierstokken achterblijven.
Men spreekt echter over het algemeen niet van castratie van de poes maar - eigenlijk foutief - over sterilisatie.
Er kan op twee verschillende manieren gesteriliseerd worden. MANIER 1 Uw kat is nog maar zeven maanden en nog nooit
krols geweest. Zij heeft ook nog nooit de pil genomen. Soms besluit de dierenarts dan enkel de eierstokken te verwijderen
en blijft de baarmoeder gewoon zitten. De kans dat er dan iets met de baarmoeder zou mislopen is heel gering. Baarmoederontsteking
komt door het openstaan van de baarmoedermond tijdens de krolsheid, waardoor er een groter risico is op infectie.
Ook het extra doorbloed zijn van de baarmoederwand tijdens de krolsheid, verhoogt het risico op ontsteking. Pil
gebruik geeft ook een verhoogde kans op baarmoederontsteking, ondanks dat poes niet krols is geweest.
Vraag aan de dierenarts of hij ook de baarmoeder gaat verwijderen, zo weet u tenminste waar u aan toe bent. Het
is zo dat de poes iets sneller herstelt bij deze ingreep omdat de snee kleiner is. MANIER 2 Uw kat is ouder dan
negen maanden en al één of meerdere malen krols geweest of heeft de pil genomen. Dan zal uw dierenarts
er voor kiezen om zowel de baarmoeder als de eierstokken te verwijderen. Deze ingreep is iets groter en de zwelling
aan de wond zal dan achteraf ook iets heviger zijn. De dierenarts zal voor deze ingreep kiezen als hij ziet dat
de baarmoeder niet meer klein is en onzuiver. Bij mijn katten is zowel de eerste als de tweede methode toegepast
naargelang hun leeftijd en verleden. Van beide ingrepen waren de katten even snel hersteld. HOE GAAT HET IN ZIJN
WERK? U maakt een afspraak met je dierenarts en bespreekt wat er moet gebeuren. De poes dient nuchter te zijn als
zij naar de dierenarts gaat voor de operatie. Een volwassen kat is nuchter als hij 12 uur niets gegeten heeft.
De poes mag wel wat water drinken. Zet de poes in haar reismandje en leg er liefst een doek in met een vertrouwde
geur. Zo zal ze kalmer zijn gedurende de rit. Soms mag men blijven wachten tijdens de operatie. De dierenarts laat
u soms bij de kat blijven terwijl de poes een spuitje krijgt voor de narcose. De kat zal dan zachtjes in slaap
vallen. Schrik niet, de kat zal door de narcose met haar ogen open slapen, wat niet zo een leuk gezicht is. Dan
draait de dierenarts de kat op haar rug en zal alle vier de poten aan de operatietafel bevestigen. Daarna wordt
het buikje van je kat kaal geschoren. Dan ontsmet de dierenarts de huid. Hij begint nu aan de operatie. Eerst een
snede in de huid, dan door de vetlaag en het spierweefsel. De snede is ongeveer 2 à 3 cm lang. Na de ingreep
wordt er inwendig gehecht met draad die vergaat en uitwendig met draad die na 10 dagen moet verwijderd worden.
Soms wordt ook voor de uitwendige hechtingen draad gebruikt dat vanzelf oplost. Als de operatie gedaan is, wordt
de kat in een verblijf gelegd bij de dierenarts tot zij bijkomt van de narcose. Soms is zelfs aan te raden om je
kat nog een nachtje bij je dierenarts te laten, zo kan zij rustig bij komen van de operatie. De poes slaapt nog
heel veel van de narcose en zal vreemd op haar benen staan. Haar buikje zal een beetje gaan zwellen na een paar
uren, als reactie op de hechtingen. Bij de ene poes is dat meer, bij een andere weer veel minder. Als de kat dezelfde
dag gehaald wordt, hou er dan rekening mee dat ze nog vreemd doet van de narcose. Ze zal niet stabiel op haar benen
staan en kan overgeven. Geef haar zeker de eerste uren nog geen eten of drinken en laat haar op een rustige plaats
bijkomen. DE NAZORG
Zet een kamerkennel of draagmand klaar met een paar zachte doeken of kussens. Hier kan uw kat rustig in bijkomen
zonder gestoord te worden. Daarbij voorkomt u het onnodig springen en klimmen, hetgeen zeker de eerste dag raadzaam
is. Het is beter voor de poes dat met name de inwendige wond de tijd krijgen om te genezen. Als u de poes opneemt,
ondersteun dan goed haar achterpoten. Na een paar uur mag u de kat stilletjes laten drinken. Begin met een soeplepel.
Haar maag is immers helemaal leeg en moet weer wennen aan drinken en eten. Voor het eten geldt hetzelfde: steeds
kleine beetjes. Binnen 24 uur moet ze gedronken hebben, binnen 48 uur moet ze gegeten hebben. Binnen diezelfde
48 uur moet ze weer op de bak zijn geweest. Kijk zeker de eerste dagen de kattenbak grondig na, zo bent u er zeker
van dat alles in orde is. Controleer de wond regelmatig, 's ochtends en 's avonds. Deze zal aanvankelijk dik en
vurig zijn maar dit trek als het goed is bij. Mocht de wond na 24 uur nog steeds erg rood, vurig en opgezwollen
zijn - erger dan voorheen, dan moet er even contact opgenomen worden met de dierenarts met het oog op ontstekingen.
U krijgt misschien van uw dierenarts ook nog antibiotica mee. Als dit zo is, geef deze zeker tot het laatste pilletje,
ook al oogt uw kat niet ziek. Laat u door dit verhaal niet afschikken. Een sterilisatie heeft vele
voordelen:
* geen krolsheid
* geen ongewenste kittens
* geen baarmoederontsteking
* veel minder kans op mammatumoren
Geloof mij, uw kat weet bijna niets van de operatie. Na 12 uur wil zij al weer spelen, eten en geknuffeld worden.
Als u uw voorzorgen neemt, zullen zich geen problemen voordoen tijdens en na de operatie. Na een weekje of 6 zit
u er niets meer van en heeft zij haar mooie vachtje terug. Denk aan de gezondheid van uw kat en laat haar helpen.